Acro
1. Wedstrijden en datums 2. Inschrijfgelden 3 . Uitleg Acrocijfer 4. Turnpakje
5. 6.    

          

                                         3-acrosport-trio-roudneff--eps.jpg                        3-acrosport-trio-figurine-3D.jpg

Datum Plaats Soort
21 januari 2017 Finsterwolde Voorwedstrijd D/E lijn
4 maart 2017 Musselkanaal Provinciale kampioenschap D/E lijn
18 maart 2017  Ureterp Districtwedstrijd D/E lijn
7 mei of 13 mei Zwolle Halve finale
10 juni Zwolle Finale
3juni en 4 juni  Scheemda Open Groninger Acro Kampioenschappen C/D/E lijn

2. Inschrijfgelden

 De inschrijfgelden voor de acro wedstrijden worden via incasso geïnd.
Als je bent ingeschreven voor een wedstrijd en je kan niet meedoen ben je wel inschrijfgeld verschuldigd.
 

datum Bedrag Incasso datum
trainingspak 128 t/m 164 en s t/m l
voorwedstrijd D/E lijn
provinciale kampioenschap D/E lijn

 

3. Hoe komt een acrogym cijfer tot stand?

Als toeschouwer verbaas je weleens over de scores tijdens de acrowedstrijden. Waarom wordt de acro-oefening van het ene team veel hoger gewaardeerd dan die van het andere team, terwijl die er in jouw beleving toch veel mooier uitzag? Met deze toelichting willen we gymnasten en ouders meer inzicht geven in de manier waarop de jury tot zijn eindcijfer komt.

Per oefening kun je maximaal 30 punten scoren, 10 voor de moeilijkheid, 10 voor de technische uitvoering en 10 voor de artistieke uitvoering.

Moeilijkheidscijfer

De moeilijkheidswaarde wordt bepaald door de totale waarde van alle in een oefening uitgevoerde elementen, ook wel standjes (en individuele elementen) genoemd. Zo hebben een radslag, een vliegtuigje, een toren etc. allemaal een bepaalde waarde. De minimale totale waarde (aan elementen) die behaald moet worden om uit te gaan van een 10 (uitgangswaarde of moeilijkheidscijfer) is per niveau (A, B, C, D en E-lijn) verschillend. Zo moeten er in de E-lijn 20 punten, in de D-lijn 40 punten en in de C-lijn 55 (25 tempo en 30 balans) gehaald worden om van de volle 10 punten uit te gaan.

Bij het kiezen van elementen moet er rekening gehouden worden met een aantal speciale vereisten. Zo moet elk E-lijn team minimaal 6 standjes uitvoeren, waarvan 4 balanselementen en 2 tempo elementen, moet elk D-lijn team minimaal 6 standjes uitvoeren, waarvan 3 balans en 3 tempo, moet elk C-lijn team minimaal 3 balanselementen en minimaal 6 tempo elementen uitvoeren, moet elk team een standje met een handstand (uitgevoerd door de bovenpartner) uitvoeren, moet elk trio een basket gooien (laatste 2 gelden niet voor C-lijn) etc.

Voor alle groepjes probeert de trainster de elementen zo te kiezen dat ze aan alle speciale vereisten voldoen en dat ze op een moeilijkheidscijfer uitkomen van 10. Soms lukt dit niet helemaal, omdat sommige elementen te moeilijk zijn voor een groepje. De trainster kan er in dat geval voor kiezen om een lagere uitgangswaarde aan te houden. Meestal gaan teams echter van een 10 uit.

De trainster noteert alle elementen die een team gaat uitvoeren op een wedstrijd op een zogenaamd wedstrijdblad. Dit blad komt bij de moeilijkheidsjury (1 of 2 personen) terecht. Tijdens een wedstrijd controleert de moeilijkheidsjury of een team uitvoert wat er op het blad staat. Soms voert een team op de wedstrijd (per ongeluk) iets anders uit of wordt er iets weggelaten. In dit geval kan het zo zijn dat het team niet meer aan de minimale totale waarde van het niveau voldoet. Er volgt dan een lagere uitgangswaarde. Ook kan het zo zijn dat het team in dit geval niet meer aan alle speciale vereisten voldoet. Er volgt dan een aftrek(1 per speciale vereiste) van de totaalscore (moeilijkheid, technisch en artistiek samen). Er volgt ook een aftrek van de totaalscore als elementen niet lang genoeg worden aangehouden, ook wel tijdsfouten genoemd. Balans elementen (door het hele team) moeten 3 seconden worden aangehouden en individuele elementen 2 seconden. Elke seconde tekort levert 0,3 aftrek op. 

Technische score

De technisch juryleden (minimaal 2 en maximaal 4) kijken naar hoe de oefening technisch wordt uitgevoerd. Zitten er bijvoorbeeld veel wiebels in het op- en afbouwen van elementen, wordt een standje niet strak uitgevoerd, worden er veel pasjes gemaakt om in balans te blijven of valt een deelnemer? De fouten zijn onderverdeeld in kleine foutjes (0,1 aftrek, bijvoorbeeld een lichte buiging van de benen), duidelijke fouten (0,3, bijvoorbeeld een grote pas bij de landing) en grote fouten (0,5 of 1, bijvoorbeeld bij een val). 

Artistieke score

De artistieke score wordt ook vastgesteld door 2 – 4 juryleden. De 10 punten voor de artistieke uitvoering zijn als volgt onderverdeeld: 3 punten voor de choreografie, 1,5 punt (3 voor C-lijn) voor de muzikale interpretatie, 2 punten voor de keuze van de elementen en 2 punten voor de relatie binnen een team. Je krijgt sowieso 1,5 punt cadeau in de D- en E-lijn. Deze onderverdeling leggen we hieronder verder uit. 

Choreografie > Hierbij let de jury erop of je de hele vloer gebruikt (max 0,5 punt aftrek) en of je elementen en choreografie op verschillende hoogtes uitvoert(0,5). Daarnaast wordt er gekeken of je voldoende variatie (0,5) hebt in de oefening en of de oefening creatief (0,5) is t.a.v. de choreografie. Creatief betekent dat je iets anders doet dan anderen. Ook wordt er gekeken of je als team de passen en bewegingen synchroon (0,5) uitvoert. Bijvoorbeeld allemaal de armen tegelijkertijd omhoog. En of er het maximale uit de beweging wordt gehaald (0,5). Bijvoorbeeld pasjes op je tenen uitvoeren.

Muzikale interpretatie > Wat hierbij belangrijk is dat de muziek bij het groepje past (0,5), dus geen Pippi Langkous muziek bij een senior D team. Daarnaast wordt er gekeken of het team goed op de muziek werkt (0,5), ook wel harmonie genoemd. En of het team niet teveel pauzes inlast (stopjes/uitstrekken voor elementen). Dit laatste wordt ook wel vloeiende doorgang (0,5) genoemd. In de C-lijn wordt er ook nog gecontroleerd of de emotie (0,5), de gezichtsuitdrukking (0,5) en de lichaamsexpressie (0,5) van de teamleden gelijk is en bij de muziek past.

Keuze van elementen > De jury kijkt naar welke elementen (0,5) en op- en afgangen (0,5) je hebt gekozen als team. Hierbij kijken ze of dit de standaard elementen of op- en afgangen zijn, die bijna iedereen doet, of dat je iets bijzonders in je oefening stopt. Ook let de jury er op of je voldoende variatie (0,5 voor balanselementen en 0,5 voor dynamische elementen) in je elementen hebt, dus bijvoorbeeld niet alleen salto’s voorover of alles in hurksteun.

Relatie binnen een team > Bij relatie binnen het team let de jury erop hoe je samenwerkt (0,5). Dus ieder teamlid doet niet zijn eigen oefening, maar je doet het samen en maakt contact met elkaar. Ook wordt er gekeken of de teamleden goed bij elkaar passen wat betreft lengte en lichaamsbouw (0,5). De manier van bewegen (0,5) is ook een beoordelingscriterium. Alle teamleden moeten de choreografie op dezelfde manier uitvoeren, dus niet de een kinderlijk en de ander heel volwassen. Als laatste er wordt gekeken of het team voldoende tijd heeft om gedurende de oefening een relatie op te bouwen (0,5), dit betekent dat de oefening niet alleen bestaat uit elementen, maar ook uit choreografie die als team wordt uitgevoerd.

Andere aftrekken (door de juryvoorzitter)

Als bovenstaande punten zijn doorgegeven aan de juryvoorzitter, kijkt deze nog of er andere aftrekken van het cijfer afgehaald moeten worden. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de oefening langer duurt dan de muziek, wanneer een deelnemer (per ongeluk) buiten de witte lijnen van de vloer stapt etc.  voor deze aftrekken.

 

Als je nog vragen hebt na deze toelichting, schroom dan niet om de juryleden of trainster om nadere toelichting te vragen.


4. Eisen voor turnpakjes

De koppels zijn niet langer verplicht om het clubpakje te dragen op wedstrijden. Dit betekent dat de koppels vrij zijn om zelf een (team)turnpakje aan te schaffen. Dit mag uiteraard ook gewoon het clubpakje zijn. Om te voorkomen dat er elk jaar een nieuw pakje aangeschaft “moet” worden, willen we proberen zo veel mogelijk teams te vormen die meer dan één seizoen met elkaar door kunnen. Dit gaat echter niet in alle gevallen lukken. De pakjes kunnen dan eventueel binnen de vereniging of via marktplaats doorverkocht worden. Er zijn een aantal regels verbonden aan de turnpakjes en we vragen jullie daarom nadrukkelijk om het eerst met ons te overleggen voordat jullie pakjes bestellen.

De regels:

-     Het mag een turnpakje, een catsuit of en turnpakje met rokje zijn. Het pakje mag met of zonder mouwen zijn, maar spaghettibandjes zijn niet toegestaan. Bij catsuits met een donkere kleur moeten de beide benen op dezelfde manier vanaf de dij tot en met de enkel met lichte kleuren onderbroken zijn (de decoratie op beide benen mag wel anders zijn).

-     Rokjes moeten vast zitten aan het pakje, het hele pakje bedekken (pakje komt niet onder het rokje uit) en mogen niet lager vallen dan net onder het heupbeen (10 cm onder pakje). Er mag een split in zitten, maar pakje moet wel bedekt blijven. De rokjes moeten na het doen van een handstand o.i.d. terugvallen op de heupen van de sporter. Ballet tutu’s zijn niet toegestaan.

-    Het pakje moet bij de sporters, de muziek en de choreografie passen. Dus geen donkere pakjes bij een vrolijk muziekje.

-    De pakjes moeten gelijk zijn of elkaar aanvullen (zie onderstaande afbeelding). Er mag  bijvoorbeeld geen (onbedoeld) kleurverschil zijn. Dus zorg ervoor dat jullie de pakjes tegelijk of op dezelfde manier wassen. En let daarbij goed op de wasvoorschriften!

-    Het pakje mag niet te hoog/te laag uitgesneden zijn. Dit betekent dat het turnpakje niet boven het heupbot uit mag komen en niet lager zijn dan de helft van het borstbeen aan de voorzijde of lager dan de schouderbladen aan de achterzijde.

-     Loszittende kleding, uitsteeksels of accessoires zijn niet toegestaan.

-    Provocerende (aanstootgevende) kleding, zwempakken, kleding waarbij je kan zien dat iemand een rol speelt (ober) en fotoprinten als versiering zijn verboden.

-    Als er gaasstof of witte stof in het pakje zit, zorg er dan voor dat hier huidskleur stof onder zit of dat je een huidskleur onderpakje draagt. Op de mouwen is dit niet van toepassing.